08/03/2007 - www.urbanmag.be

KOPPENROLLEN

Bij de aankondiging van het werk van Keren Levi en Ugo Dehaes in het kader van het internationaal dansfestival Something Raw wordt de nadruk gelegd op de groei van intimiteit tussen twee individuen die zich zo als Couple-like binnen een gesloten ruimte gaan verhouden. De ruimte waarbinnen hun onderzoek geconfronteerd wordt met een publiek bevindt zich in het Vlaams cultuurhuis De Brakke Grond in Amsterdam. Het eerste deel van het stuk toont Keren en Ugo die als het ware contactoefeningen verder uitwerken tot boeiende nieuwe lichaamsconstructies. Men geeft de toeschouwer echter weinig ruimte voor het aanvoelen van de fragiliteit bij het eerste lichamelijke contact tussen twee mensen. Dit contact is er al, nog voor de eerste beweging.

Bij aanvang bevinden ze zich rug tegen rug. Het is een duidelijk en zichtbaar contact. De mogelijke visuele afstand tussen twee lichamen moet hier niet meer overbrugd worden en reeds gecreëerde emotionele band tussen de dansers kan eveneens niet meer terugschroefd worden. Het werken rond contactimprovisatie heeft naast lichamelijk vertrouwen ook behoefte aan een emotionele connectie. Of het werkproces rond intimiteit, polariteit en het samen zijn ook interessant is voor een publiek hangt volledig af van wat ze enerzijds nog onderling zullen teweeg brengen en anderzijds er zullen in slagen het publiek te beroeren.

Het duet toont aanvankelijk een aaneenrijging van "standjes" waarin de pulserende kracht zich afwisselend bevindt in een ritmische ademhaling, een terugkerende bewegingszin, een tempoverlegging of spelelement. Hun continue contact neemt verschillende vormen aan. Ze duwen en trekken, rollen en balanceren zonder het lichamelijk contact met elkaar te verliezen. Het zacht pulserend kinetisch spel wordt langzaam het waarlijk aftasten van elkanders grenzen. Alles wordt intenser en ruwer. Ze zoeken samen naar evenwicht, raakvlakken en steun en gaan daarvoor tot de uitersten. Het beeld van Levi die de staande Ugo volledig op haar schouders draagt provoceert het gevaar. De complexe turnoefeningen worden langzaam aangevuld met herkenbare sociale elementen. Een wals, een zachte strijk langs het aangezicht of een kus. Maar de intimiteit die ontstaat en aanzwelt tussen de twee individuen blaast niet meer dan soms een windje van herkenning, een lichamelijke herinnering.

De kinesthetiek blaast je zelden van je stoel en blijft een schouwspel op afstand. Hoewel elementen als tederheid, spel, intensiteit en het zoeken naar evenwicht binnen een relatie ook hier terug te vinden zijn mist het hier zijn de uitstraling. De fysische interacties nodigen weinig uit tot deelname in de wereld van intimiteit. We krijgen wel een boeiende uitwerking te zien van een aantal contactoefeningen en positioneringen maar de situatie blijft statisch en laat geen ruimte voor een zachte afdwaling. De glimlach die op ieders gezicht stond bij een snelle leuke poseverandering toont dat het technisch kunnen van de danser hoog in het vaandel wordt gedragen. Dit kan voor mij echter geen referentiepunt zijn voor een goeie voorstelling. Maar er is uiteraard ook nog de pure beeldelijke schoonheid, die ook bij mij op het einde een verademend applaus losweekt.

- Sophie Machtelinckx

CREDITS choreography & dance: Ugo Dehaes, Keren Levi lights: Arne Lievens costumes: Lies Maréchal music: Tom Parkinson thanks: Eppo Dehaes, Seamus Cater, Linda Suy & Pianofabriek photography: Giannina Urmeneta Ottiker production assistent: Annabel Heyse production: kwaad bloed vzw, Grand Theatre Groningen co-production: Kunstencentrum Vooruit, Danswerkplaats Amsterdam support: de Vlaamse Gemeenschap, Amsterdams Fonds voor de Kunsten, Monty, PACT-Zollverein, wp Zimmer info: www.kwaadbloed.com 


<<<