11/10/2007 - Het Leidsch Dagblad


Het heftigste contact dat maar denkbaar is

Het lijkt of de dans uit de grond komt. Twee dansers liggen op hun buik in elkaars verlengde met de hoofden tegen elkaar. Terwijl ze met nek en achterhoofd tegen elkaar gedrukt zijn, komen ze met hun lichaam omhoog. Zo vormen ze twee bogen. De kracht waarmee ze zich tegen elkaar opduwen straalt ervan af. 'Couple-like' heet het duet van Keren Levi en Ugo Dehaes. En inderdaad, wat je ziet is een tweetal mensen en het meest intense contact dat maar mogelijk is. Ze grijpen elkaars handen, verstrengelen hun armen en schuiven onder elkaar door langs een dwarslijn over de toneelvloer. Ze laten elkaar nauwelijks los. Elke beweging komt voort uit het contact waarmee ze zowat aan elkaar verkleefd lijken. Ze trekken aan elkaar, duwen tegen elkaar, liggen op elkaar, krullen zich op of de een staat in nekstand op de rug van de ander. Ze zijn tot op het uiterste op zoek om elkaars lichaam te ontdekken. Geen millimeter van hun lichaam houden ze buiten dit contact.

In het tweede deel verlaten ze de rechte dwarslijn en zoeken ze de volle ruimte van het toneel. Er komt vaart in. Al hun kracht werpen ze in de bewegingen. Ze botsen heftig, bijna pijnlijk tegen elkaar, draaien en rollen, duiken onder elkaar door en maken de meest onwaarschijnlijke verstrengelingen met hun armen en benen. Het lijkt vaak op een gevecht, maar wat voortdurend voelbaar is, is wederzijdse fascinatie, een tinteling. Elke beweging, elke houding komt over als een ontdekking. En dat is het ook voor het publiek.

Het is een uitputtend zwaar duet. De dansers zwoegen en lijken bereid daarmee door te gaan totdat ze volledig op zijn. Het gezwoeg heeft als effect dat er een totale passie ontstaat. Ze zoeken de uiterste grens met elkaar op. Maar bij al deze absoluutheid zijn er ook mooie licht-ironische momenten, zoals een schalks walsje of wanneer er na zwaar gekronkel en gezwoeg de een ontspannen op de ander zit en zijn of haar shirt rechttrekt en rondkijkt of er al dat intense geworstel niets toe doet. De bewegingen zijn zeer inventief. Het is fascinerend te zien wat voor houdingen, uitdagingen en confrontaties er tussen deze twee mensen mogelijk zijn. Je zou het acrobatisch kunnen noemen, zonder dat de danser het spectakel zoeken. Daarvoor is deze dans te persoonlijk en te innerlijk. Muziek klinkt er nauwelijks en dat is maar goed ook. Het gehijg, gestamp, gesleep, de kreetjes en het gekreun die de heftige bewegingen in hen losmaken zijn de perfecte muziek bij deze indrukwekkende dans.

De tweede choreografie van deze avond is heel anders, maar niet minder briljant. 'Pulse' van Dansgroep Krisztina de Châtel maakt diepe indruk door de consequente opbouw van de bewegingen. Een opgetrokken draaiende schouder is de bron van waaruit alle gebaren ontwikkeld worden. Als een motor met een indringende cadans bewegen de vijf dansers simultaan over de vloer. Vanuit een soort valbeweging maken ze hun passen en gebaren. Het ruimtegebruik is spannend. Telkens verschuiven de posities van de dansers. Uit de motor van de groep scheiden zich telkens individuele bewegingen, solo's en duetten af. Hoe strak de logica in de bewegingen ook is, er zit een enorme rijkdom aan variatie in, van klein dramatisch tot explosief en zelfs paniekerig. Het is gedreven dans, die meesleept. De pianomuziek van Ligeti sluit hier schitterend op aan.

- Maarten Baanders


<<<