19/12/2008 - De Standaard


Natuurkunde in achttien delen
Ugo Dehaes met 'Forces'

Gezien op 16 december in Leuven. Nog op 5 en 6/2 in Vooruit (Gent) en 25/2 in De Velinx (Tongeren)
www.kwaadbloed.com

Ugo Dehaes hopte tien maanden lang van werkplaats naar werkplaats. De voorstelling Forces is een compilatie van alle sprongen die hij maakte.

Die 'sprongen' mag je zowel letterlijk als figuurlijk nemen. De choreograaf hield telkens halt bij een dansstudio. In zijn kielzog reisden een groepje dansers, de lichtontwerper Arne Lievens en de componist/muzikant Roeland Luyten mee. Samen bouwden ze hun residentie om tot een scène. Om vervolgens naar het volgende stukje van de voorstelling te trekken. Tot ze er achttien bij elkaar gesprokkeld hadden.

Dehaes' aloude fascinatie voor natuurwetten en -fenomenen vormde de inspiratie voor de dansvoorstelling. Het resultaat is een rist inventieve oogbegoochelingen die de fysica in haar hemd zetten.

In het duet 'Repulsion' duwen Chloé Dujardin en Marc Iglesias Figueras stug tegen een onzichtbaar krachtveld. Tot hun armen ervan trillen. In 'Electrons' lijken Katja Dreyers handen wel weg te vliegen. Even later zien haar benen en die van Guylène Olivares eruit als gloeiende, radioactieve staken. Op het einde presteren Magali Benvenuti, Gemma Higginbotham en Dehaes het zelfs om zichzelf in de lucht te bevriezen. Allemaal zonder hulpmiddelen, op een paar sobere luchtbundels en een uitgekiende elektro-akoestische soundscape na.

Dit zijn de goudklompen uit een Legodoos waarin ook een enkele steenkolen liggen. Dehaes' solo 'Bultrug' bijvoorbeeld, met de uitgelichte rug als gulpende huidmassa. Het is een formule waarvan je de uitkomst kunt dromen wegens te vaak gezien.

Maar de echte achillespees van Forces is dat je als kijker achteraf de vervelende neiging hebt een balans van pieken en dalen op te maken. De voorstelling als organisch geheel benaderen is haast onmogelijk. Het is weliswaar een bewuste keuze van Dehaes om Forces als een verbrokkelde catalogus van lijfstudies te presenteren, maar of hij op die manier zijnzorgvuldig opgebouwde en bij wijlen visueel verbluffende basismateriaal het meest recht doet, valt te betwijfelen. Misschien had Dehaes tijdens de montagefase depragmaticus in zichzelf even wandelen moeten sturen?

Dat neemt niet weg dat Forces zeldzaam is in zijn generositeit. Net als in Rozenblad, de solo die Dehaes in 2004 voor Laika creëerde en waar zijn nieuwste choreografie verwant mee is, slaagt hij erin een frisse stempel op loze abstracta te drukken. Hij komt steevast tot innemende choreo-grafieën die loepzuiver, speels en poëtisch zijn.

In vergelijking met Rozenblad is Forces een stap vooruit. Dehaes stippelt voor zichzelf een eigen-gereid traject uit, dat benieuwd maakt naar het vervolg.

(mb)


<<<