01/04/2007 - Openbaar Kunstbezit Vlaanderen (OKV)





Vaart in de dialoog

Ruimte voor kunst in architectuur en infrastructuur

De jongste jaren engageren meer en meer opdrachtgevers zich om ruimte te scheppen voor kunstprojecten die samen met het ontwerpproces van het bouwen kunnen groeien. De volgende twee voorbeelden illustreren de diversiteit van de interacties tussen kunstenaar en ontwerper. De artistieke concepten kwamen tot stand doordat de ontwerper op een specifieke manier inspeelt op de context aangereikt door de opdrachtgever en hierdoor ruimte laat voor de eigenzinnige reflectie van de kunstenaar.

Wandtapijten voor een sluisbedieningsgebouw

Ter hoogte van de achttiende-eeuwse buiksluis van Kampenhout-Sas bouwde de NV Zeekanaal een centrale bedieningspost voor de vijf sluizen en tien bruggen op het kanaal Leuven-Dijle. Het gebouw krijgt een plaats te midden van een regionaal verkeersknooppunt en ligt op de randen van een industriezone, een kmo-zone en een recreatiegebied. De architecten Guy Châtel en Kris Coremans van het bureau ssa/xx vinden inspiratie in de voorpost van de industriële site Remy in Wijgmaal, eveneens aan het kanaal Leuven-Dijle. Ze willen dat iets terug te vinden is van de evidentie waarmee het Remy-gebouw het landschap configureert en zowel de bedrijvigheid als de recreatie van een merkteken voorziet. Met hun ontwerp voor Kampenhout-Sas beogen Châtel en Coremans de centrale bedieningspost een gelijkaardige kordate, ranke verschijning mee te geven.

De bewegingen van bruggen en sluizen van op kilometers afstand sturen, dat vraagt elektronica, informatica en een batterij controleschermen, samengebald in één gebouw. De expliciete wens om de werking van de bedieningspost voor het brede publiek zichtbaar te maken, bepaalt mee het ontwerp van de architecten. De technologische dimensie van het interieur is voor de ontwerpers aanleiding om de inrichting van de verschillende kantoren naar een huiselijke schaal terug te brengen. Met de kunstopdracht ambieert de opdrachtgever de dynamisering van de plek vanuit de idee dat een fysische ingreep aan de buitenzijde van het gebouw de aandacht van de passanten en de ordening van de ruimte zullen versterken. Michaël Van den Abeele kiest in zijn voorstudie echter voor een ingreep binnen in het gebouw omdat hij de huiselijkheid van de inrichting extra wil onderstrepen en ook omdat hij vindt dat de monopolitische présence van het gebouw al een beeldende waarde in het landschap heeft. 

Van den Abeele stelt voor in de controlekamer een aantal wandtapijten aan te brengen die iconografisch verwijzen naar de opdracht en functie van het Agentschap Waterwegen en Zeekanaal (cartografische gegevens, containers,...). Met zijn thematische invulling van de wandtapijten wil de kunstenaar de mensen in de controlekamer opnieuw betrekken bij het onderwerp van hun dagelijkse activiteit.

Het bedieningsgebouw en de wandtapijten zijn complementair, hoewel ze los van elkaar en met veel tijdsverschil geconcipieerd zijn. Ze zijn met elkaar verweven. Niet letterlijk zoals bij een geïntegreerd werk, maar conceptueel. De kunstenaar heeft zich verdiept in de verblijfsomstandigheden van de hedendaagse 'sluiswachter' maar kon dit maar doen vanuit de visie die de ontwerpers architecturaal ontwikkelden. Zowel kunst als architectuur nodigen de toekomstige gebruikers uit om van hun werkgebouw een gebouw met hoog woongehalte te maken.

Bruggen kunnen dansen

In het kader van Brugge Culturele Hoofdstad van Europa 2002 komen in september 2000 de artistieke leiding van de vzw Brugge 2003 en de Vlaamse Bouwmeester overeen 'de meesterproef voor jonge kunstenaars' (een initiatief van de bouwmeester) op te nemen in de voorbereiding van het architectuur- en stedenbouwkundig luik van het culturele programma. De initiatiefnemers verzamelen de op stapel staande bouwprojecten en ingrepen in de publieke ruimte van de stad Brugge die in de meesterproef aanleiding zouden kunnen geven tot een kunstopdracht. 

Voor de Coupure staan plannen in de steigers om een nieuwe voetgangers- en fietsersbrug te bouwen. Het ontwerp van de Zwitserse ingenieur-architect Jürg Conzett geeft de Bruggelingen een uitdagend 'kunstwerk' dat de materialen van de omgeving herneemt. Het is de aanwezigheid van dit nieuwe infrastructurele gegeven dat de kunstenaar tijdens de meesterproef als uitgangspunt krijgt aangereikt. Ugo Dehaes, een danser, gaat de uitdaging aan omdat hij gefascineerd is door het technisch vernuft van het nieuwe ontwerp voor de brug over de Coupure. Via het lichamelijke tracht hij een antwoord te formuleren op de techniciteit van het brugontwerp. Aan de hand van opnames, schematische tekeningen en een driedimensionaal poppetje in klei probeert hij bij zijn presentatie tijdens de meesterproef verschillende beelden en houdingen uit. Telkens staat het aspect 'spanning' centraal, een sleutelbegrip in de bruggenbouw. Uiteindelijk realiseert Dehaes een sculptuur die bestaat uit een houten pop, opgehangen aan touwen en geplaatst op een sokkel in dezelfde natuursteen als de brug. De pop is opgebouwd uit verschillende segmenten die een paar keer per uur roteren. Hierdoor ontstaan verschillende houdingen van het lichaam. De bewegingen liggen op voorhand vast en zijn als een soort choreografie opgebouwd, maar het zijn de voorbijgangers die het mechanisme op gang brengen.


<<<