+11
Een voorstelling van en met Wannes Deneer en Ugo Dehaes.

Een balk is een bouwelement, een ligger, voor het bouwen van daken, kamers, tafels, stoelen, banken, tribunes, constructies. Een balk is ook een veelgebruikte ruimtelijke vorm voor een doos, een baksteen, een kast, een kamer. Een stapel balken kan opnieuw een balk worden. Voor het noteren van van muziek worden balken gebruikt.

BALK begint in een kamer, de kamer valt uiteen, in bouwstenen voor iets nieuws.

BALK gaat over een kamer die verdwijnt, een herinnering die vervaagt, de kosmos die expandeert, leven datevolueert, een mens die transformeert, een huis dat explodeerd, atomen die worden gerecupereerd, hout dat wordt gerecycleerd.

In BALK zijn scenografie, choreografie en geluid verstrengeld. Voor deze voorstelling maken Wannes en Ugo samen een constructie waarin dingen dansen. De bewegingsenergie ontstaat bij henzelf. Ze ontsteken visuele en auditieve vonken, een vlindereffect op de verbeelding.

Een eenvoudige kamer, een tafel, een stoel, een platendraaier, muziek
de onderdelen komen in beweging
de kamer deint uit
onderdelen verschijnen apart
de atomen komen los.
Oud wordt nieuw,
concreet wordt abstract
een balk, een blok, een schijf, muziek.
 


------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
 

BALK 
Tuning People/ Wannes Deneer en Ugo Dehaes

BALK is een voorstelling die leest als een gedicht. Betekenis staat er niet vast, maar maakt samen met de objecten, bewegingen, licht en geluid deel uit van een assemblage waar je als publiek ook deel van bent. De dingen die op het podium gebeuren lokken de verbeelding uit, maar de manier van kijken of luisteren blijft heel persoonlijk, waardoor ook de geprikkelde verbeeldingen en herinneringen meervoudig zijn. Je zou de voorstelling kunnen zien als een concert, als een objectenchoreografie, als een schilderij, als een boog van concreet naar abstract, als een voorstelling over herinneringen die uiteenvallen en verdwijnen … Tijdens het maken van BALK keek ik steeds meer naar de voorstelling als één over de verhoudingen tussen mens en ding, en hoe die in een weefsel of een web op elkaar inwerken. Voor mij draait de voorstelling rond BALK, en nemen de objecten daarin het voortouw. 

BALK is een theatrale objecten-choreografie voor geluidsinstallaties, gechoreografeerd door een kamer. Die kamer neemt verschillende gedaantes aan: een kamer in aanbouw wordt een washok wordt een keuken wordt een woonkamer. Dit steeds opnieuw ‘worden’ is net mogelijk doordat de kamer tot haar meest elementaire vorm herleid is. Bart Verschaffel verbeeldt de basis van een ‘binnen’ als een rechthoek, of balk: 
"Een vloer, vier muren en een dak. Met een deur om binnen te gaan, en ramen om naar buiten te kijken. Vloer + muren + dak = een doos. Het huis zoals een kind het tekent." (Verschaffel, Van Hermes en Hestia, 211) 

In onze kamer worden verschillende objecten geïntroduceerd. Door de manier waarop de objecten in (de) scène worden gezet, in het centrum van het (theatraal) universum, krijgen ze een theatrale betekenis waardoor verbeeldingen van verschillende kamers ontstaan: een kamer in beweging. Het is de samenwerking tussen de verschillende objecten, met licht en geluid, die ervoor zorgt dat de lege ruimte transformeert tot herkenbare ruimtes. Wannes en Ugo zetten de dingen in scène, nemen afstand van het beeld en verleggen iets, zodat het beeld weer verandert. Ze benaderen de objecten op hun narratieve kwaliteit, op hun eigenschappen die ervoor zorgen dat ze associaties en/of herinneringen oproepen. Zoals Verschaffel beargumenteert, bestaat het menselijk geheugen deels uitwendig, in de ruimte rondom ons, in de dingen, de vormen, de beelden, de tekens. Zo vormt een kamer ook een assemblage van gewoontes, manieren van voortbewegen, en vormen objecten fragmenten van handelingen, lokken ze herinneringen uit. (Verschaffel, Memoria: over geheugenarbeid, 7). 

Toch zijn objecten niet enkel in staat om herinneringen te ontketenen. Doordat Wannes en Ugo de objecten oneigenlijk beginnen in te zetten, dat wil zeggen, los van hun gebruiksnut of narratieve kwaliteit, roepen de objecten ook verbeeldingen op. Zo hacken Ugo en Wannes de kamer, ze zetten de objecten in volgens hun bewegings- of geluidskwaliteit. Door het oneigenlijk gebruik van de objecten transformeert de ruimte en barst ze uit haar voegen. Hiervoor hebben we zoals Jane Bennett formuleert, “een zintuiglijke oplettendheid voor de kwalitatieve singulariteit van het object” (Vibrant matter 15) nodig. We moeten onze waarneming verfrissen: het vertrouwde vreemd maken waardoor we dingen kunnen waarnemen zonder dat we vervallen in een ready-made perceptie. Dit soort hernieuwde perceptie is echter niet vanzelfsprekend net omdat we zo gewend zijn objecten louter naar hun functie of nut te bekijken. Herhaling blijkt hier goed gereedschap. Net zoals woorden hun betekenis verliezen als je ze lang genoeg herhaalt, krijgen objecten nieuwe verbeeldingen als je ze lang genoeg van verschillende kanten bekijkt. Dan beginnen andere kwaliteiten op te vallen: hoe ze licht reflecteren of doorlaten, hoe ze klinken, hoe ze een eigen manier van bewegen hebben. Je begint de details, de kleine eigenaardigheden van het object waar te nemen. Een droogtrommel wordt een instrument, een bokaal wordt licht, een deur wordt een draaimotor, een wasmand een filter. Het is in de herhaling dat het object ophoudt betekenis te hebben en opnieuw een ding wordt. Dit moment noemt Bennett enchantment, een betovering die gekenmerkt wordt door een combinatie van verrukking en verwarring. Het is een sensuele betovering, een verwondering voor een onverwachte ontmoeting met de alledaagse wereld, waar een zekere naïviteit voor nodig is (The Enchantment of Modern Life 5,6). Vanuit die verwondering ontstaat een verbinding met de dingen die om meer draait dan louter bezit of gebruiksnut, we stellen ons open, laten ons door hen verrassen. 

Door het oneigenlijke, niet-narratieve gebruik van de objecten, strekt de kamer zich steeds verder over het podium uit. De objecten nemen steeds meer plaats in, de ruimte zelf barst uit haar voegen en verovert heel het podium. Scenografie, choreografie en geluid verweven zich tot klank- en bewegingscollages, waarin de kamers als flarden van herinneringen doorschemeren. Doordat de ruimte zelf in beweging komt, en daardoor steeds meer plaats inneemt, wordt de mens op podium steeds meer naar de zijkant geduwd. 
Vandaag zijn het decor, de coulissen, het achtertoneel, het hele gebouw het toneel opgeklommen en betwisten ze de acteurs de hoofdrol. Dat verandert alle scripts, suggereert andere ontknopingen. Mensen zijn niet langer de enige acteurs, al krijgen ze nog steeds een rol toevertrouwd die veel te belangrijk voor hen is. (Bruno Latour, waar kunnen we landen 56)
Door de mens tussen en naast de dingen te zetten, en de dingen in te zetten los van hun gebruiksnut, spiegelen we een ander mensbeeld dan de antropocentrische mens die de aarde beheerst en bezit. We zijn hier niet de enige sturende kracht, maar worden zelf ook gestuurd door alles wat ons omringt. We zoeken naar composities, constellaties, collages, coöperaties. De onderdelen van de kamer verhouden zich steeds op een nieuwe manier tot elkaar en hun compositie is in BALK nooit compleet, maar altijd een bewegende, zoekende assemblage. De omgang met de objecten en de manieren waarop de objecten zich actief en creatief laten zien, tonen een nieuwe verbeelding van wie handelt. Het toont de mens temidden van de dingen. Het subject is hier een lichaam in de ruimte tussen andere lichamen in de ruimte. In BALK zijn de dingen niet louter passieve decorstukken, maar ze ontpoppen zich tot spelers. Het object is hier niet onverschillig, maar maakt net het verschil. We tonen een mens die niet boven de dingen staat en hen controleert of manipuleert naar zijn wens, maar een mens die tussen de dingen staat en juist door hen beïnvloed wordt. We bekijken de dingen niet van bovenaf, we staan er middenin, we bekijken hen vanaf de zijkant. We doen een stap opzij. Want van daaruit zie je beter, zie je de reflectie, van daaruit zijn de dingen mooier.

Marie Peeters
dramaturge van de voorstelling



Verwijzingen
Bennet, Jane. The Enchantment of Modern Life. Attachments, crossings, and ethics. Princeton, New Jersey: Princeton University Press, 2001.
Bennett, Jane. Vibrant Matter: A Political Ecology of Things. Durham: Duke University Press, 2010.
Latour, Bruno. Waar kunnen we landen? Politieke oriëntatie in het nieuwe klimaatregime. Vertaald door Rokus Hofstede. Amsterdam: Octavo, 2018.
Verschaffel, Bart. "Het binnen buiten de wereld: over het interieur als architecturaal principe" in: Van Hermes en Hestia: over architectuur (tweede vermeerderde uitgave). Gent: A&S books, 2010.
Verschaffel, Bart. “Memoria: over geheugenarbeid.” De Witte Raaf 30:177 (2015): 7-8.
 
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------